Inleiding

Alles stroomt (Panta rhei, Heraclitus)

Na mijn zeventigste verjaardag ben ik terug gaan kijken op de vele veranderingen in de wereld gedurende mijn leven. Er is onvoorstelbaar veel veranderd in die korte periode van zeventig jaar dat mijn vrouw en ik hier op aarde rondlopen. Het is het intrappen van de bekende open deur om hier te vermelden hoeveel ingrijpende ontwikkelingen en spectaculaire ontdekkingen sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog met name in Europa plaats gevonden hebben. Anderen hebben daar prachtige boeken over geschreven met steeds dezelfde conclusie: het is een tijd van fundamentele veranderingen die zich soms in een adembenemend tempo voltrekken.

Veranderingen

Veel van die veranderingen hebben een grote invloed op mijn leven. De toegenomen welvaart tijdens mijn jeugd heeft ertoe geleid dat mijn ouders geen armoede gekend hebben. De grotere toegankelijkheid tot het wetenschappelijk onderwijs heeft het voor mij mogelijk gemaakt te gaan studeren. Economische groei heeft tot gevolg gehad dat ik aan mijn werkzame leven op ieder moment de invulling heb kunnen geven die ik voor ogen had. De vooruitgang binnen de geneeskunde heeft ertoe geleid dat ik tot nu toe in een goede gezondheid verkeer. Gedurende een ongekend lange periode van al meer dan zeventig jaar is er in West-Europa geen sprake van oorlog tussen buurlanden. De bloei van het culturele leven heeft het mogelijk gemaakt te kunnen genieten van een enorme variatie aan kunstzinnige uitingen. Verder hebben onvoorstelbaar snelle technologische ontwikkelingen ieders leven ingrijpend veranderd: eerst het begin van de televisie en later de komst van de computer en het internet. Tenslotte zijn er de ontelbare wetenschappelijke ontwikkelingen met hun toepassingen op allerlei gebieden.

Mijn insteek

Ik probeer in deze tekst op mijn eigen manier iets te zeggen over deze tsunami van ontwikkelingen. Dat doe ik door korte beschrijvingen van een aantal belangrijke veranderingen te koppelen aan gebeurtenissen uit een andere tijd. Samen met mijn vrouw ben ik al vele jaren geïnteresseerd in de geschiedenis en de kunst uit de tijd van de renaissance. Die term verwijst naar een periode in de Europese geschiedenis van ongeveer vijfhonderd jaar geleden. Er is nog veel moois uit die periode te zien in verschillende Europese steden. Het was een tijd die bol stond van nieuwe ontwikkelingen, belangrijke uitvindingen en prachtige kunst. Het was de tijd van de uitvinding van de boekdrukkunst, van grote veranderingen in de schilderkunst en de bouwkunst, van ontdekkingsreizen en van een veranderende houding van gelovigen tot de kerk. De tijd van mijn leven en de tijd van de renaissance lijken in veel opzichten op elkaar. Ik probeer dat te laten zien door steeds een ‘moderne’ ontwikkeling of gebeurtenis te koppelen aan een vergelijkbaar onderwerp uit de tijd van de renaissance. Zo is bijvoorbeeld tijdens mijn leven het e-book ontwikkeld, vijfhonderd jaar na de uitvinding van de boekdrukkunst door Johannes Gutenberg. Of de bijzondere bouwwerken van de Amerikaanse architect Frank Gehry: hij leeft en werkt vijfhonderd jaar na de grote architect uit de renaissance, Donato Bramante.

De ‘klassieke’ renaissance

Ik ben zeker niet de eerste die opvallende paralellen ziet tussen deze twee periodes uit de Europese geschiedenis. Om de kern van zowel de ene als de andere periode te benoemen, gebruiken diverse historici voor beide tijdvakken het begrip ‘renaissance’. Degene die deze term uitvond om de periode rond 1500 te duiden was de Italiaanse schrijver Vasari. Als belangrijkste kenmerken van die periode zag hij de heroriëntering op de klassieke oudheid, de herontdekking van de eigenwaarde van de mens en de intensieve verkenning van de eigen wereld. Na hem werd de renaissance bestudeerd door specialisten op uiteenlopende gebieden, zoals architectuur, algemene cultuurgeschiedenis, wetenschapsgeschiedenis, economie en religie. Deze brede belangstelling heeft geleid tot een meer genuanceerd beeld van deze periode. Hedendaagse historici zien de renaissance meer als een economische dan als een culturele revolutie. Zij wijzen op drie enorme veranderingen die bepalend zijn voor de overgang van de middeleeuwen naar de moderne tijd: de uitvinding van de boekdrukkunst, het begin van de Europese expansie in de wereld en de Reformatie. De renaissance is een periode waarin sprake is van een diepgaande verandering van het menselijk bewustzijn.

De ‘moderne’ renaissance

In het groeiende aantal publicaties over de geschiedenis van Europa in de twintigste eeuw maken historici meestal een onderscheid tussen de periode 1900 -1945 en de tijd van 1946 - 2000. De eerste periode karakteriseren zij veelal als neergang, de tweede als herstel en nieuwe groei. Zo gaf de Britse historicus Sir Ian Kershaw aan zijn boek over de eerste helft van de 20e eeuw de titel De afdaling in de hel (2015). Termen als ‘wedergeboorte’ en ‘renaissance’ duiken op als hij over de periode 1946 - 2000 schrijft. De Noorse historicus Karsten Alnaes beschrijft in zijn boek De geschiedenis van Europa (2007) de periode na 1945 in een hoofdstuk met de titel Het herboren Europa. De tijd van mijn leven is een ‘tweede renaissance’. Net als in de klassieke renaissance is er ook sprake van een diepgaande verandering van het menselijk bewustzijn. Ook nu vindt er een enorme versnelling van verspreiding van informatie plaats, ook nu reizen ruimtevaarders als moderne ontdekkingsreizigers door onbekend gebied en ook nu verandert de rol van godsdienst in het leven van veel mensen. Zulke overeenkomsten hebben mij enthousiast gemaakt om meer en meer gebeurtenissen van de afgelopen zeventig jaar te vergelijken met zaken die tijdens de renaissance van vijfhonderd jaar geleden ook aan verandering onderhevig waren. Bijvoorbeeld het feit dat Nederlandse homostellen vanaf 2001 mogen trouwen, terwijl in 1502 in Florence een speciale politieafdeling wordt opgeheven: de ‘Officieren van de nacht’, die tot dan ’s nachts jacht maakten op illegale homopraktijken in de stad.

Opzet

Vanuit mijn geboortejaar 1946 en mijn zeventigste verjaardag in 2016 heb ik de renaissancetijd van vijfhonderd jaar geleden van een enigszins willekeurig gekozen begin- en eindjaar voorzien: 1446 en 1516. Binnen deze beide periodes van ieder zeventig jaar heb ik zeventig gebeurtenissen en ontwikkelingen gekozen en er koppeltjes van gemaakt om zo overeenkomsten of tegenstellingen te laten zien. Een mooi koppeltje is het huwelijk van Beatrix en Claus in ‘mijn tijd’ en dat van Isabella en Ferdinand vijfhonderd jaar daarvoor in Spanje. Of het koppeltje dat gevormd wordt door de Beatles en de beroemdste singer-songwriter uit de renaissance Guillaume Dufay. Ik pretendeer daarbij niet om een nieuwe visie op beide periodes in de geschiedenis te ontwikkelen. Mijn tekst heeft geen wetenschappelijke pretenties. Ik streef ook niet naar volledigheid. Deze verzameling is slechts een nieuwe bevestiging van de uitspraak van de Griekse filosoof Heraclitus (rond 500 voor Christus): “Panta rhei”, letterlijk vertaald: “Alles stroomt”. Hij gaf daarmee aan dat alles voortdurend aan het veranderen is. In sommige periodes verandert er meer en gaat de verandering sneller. Ik zie mijn zeventig koppeltjes als evenzovele columns in een dagblad, die in kort bestek de lezer uitnodigen om bekende en minder bekende gebeurtenissen vanuit een soms onverwachte hoek te bekijken. Er worden zo allerlei verschillende onderwerpen aangesneden. Meestal een voorbeeld van een van de vele fundamentele veranderingen, maar soms ook een onderwerp dat tot ‘les faits divers’ behoort. In de ene tekst gaat het over een economisch onderwerp, in de andere over twee bijzondere schilderijen. Mijn keuzes laten zien wat mij interesseert, en naar ik hoop U ook.

Felix

Nog een laatste opmerking voor ik begin met mijn eerste koppeltje. Het voelt voor mij wat ongemakkelijk om ook de rest van deze tekst in de ik-vorm te schrijven. Daarom ben ik op zoek gegaan naar een andere naam voor mij, zodat ik in de derde persoon kan schrijven. Bovendien geef ik in die naam aan wat mijn diepste gevoel is bij het terugkijken op mijn leven. Ik koos de naam Felix. Of iemand ‘felix’ zal zijn tijdens zijn leven is bij zijn geboorte niet te voorspellen. ‘Felix’ betekent in het Latijn ‘gelukkig’, in de zin van ‘bevoorrecht’. Nu ik zeventig geworden ben, kan ik achteraf vaststellen dat ik ‘felix’ ben en daarom in de komende teksten Felix wil heten. Ik heb de mogelijkheden gekregen om me persoonlijk en in mijn werk te ontwikkelen. Ik heb in mijn leven geen grote gezondheidsproblemen gekend en ook geen grote financiële zorgen. Ik ben ook ‘felix’ vanwege de stabiele en verrijkende relatie met mijn vrouw, vanwege onze inmiddels volwassen kinderen die ons leven zoveel waardevoller gemaakt hebben, en vanwege onze kleindochter, met wie wij het wonder van 'ontwikkeling' opnieuw beleven.